Zoek op kwaal

Bevriezing (1e graads)

Omschrijving

Bevriezingsverschijnselen treden, hoewel de naam anders doet vermoeden, niet uitsluitend op bij vrieskou. Ook bij temperaturen ruim boven nul graden, gepaard met een koude, vochtige wind, kun je last krijgen van bevroren vingers, tenen of andere kwetsbare lichaamsdelen zoals je oren of neus.

Het eerste teken van te grote afkoeling is een tintelend of dof gevoel in het getroffen lichaamsdeel. Daarna wordt de huid bleek en later pijnlijk en rood tot paars-rood. Uiteindelijk kan een brandend, jeukend gevoel en een zwelling optreden. Je spreekt van bevriezing als het lichaamsdeel gevoelloos en bleek is. Bij het opwarmen van de huid, keert de pijn terug.

Bij een sterke onderkoeling kun je het aangetaste lichaamsdeel het beste voorzichtig opwarmen in een ruimte die op kamertemperatuur is (18-20 °C). Leg geen kruiken of andere warmtebronnen op het bevroren lichaamsdeel en houd (half)bevroren handen niet boven de kachel. Probeer je huid zo geleidelijk mogelijk op te warmen. Ga ook niet wrijven, masseren en gebruik geen verwarmende crèmes of zalfjes. Warme dranken, zoals thee of chocolademelk, zijn prima om weer op temperatuur te komen. Drink echter geen glühwein of andere alcoholhoudende producten. Bij kou trekken de kleine bloedvaten in je huid samen. Hierdoor gaat minder warmte verloren. Alcohol zet de bloedvaten in je huid wijd open, waardoor er juist warmte verloren gaat in plaats van dat deze vastgehouden wordt. De opwarming moet vanuit je eigen lichaam komen.

Lichaamswarmte van een ander kan wel helpen. Terwijl je je lichaam opwarmt, is het verstandig om een arts te raadplegen. Na behandeling kun je met zelfzorgmiddelen de conditie van je huid en de doorbloeding bevorderen.



Typ hier je zoekterm
Bel gratis 0800-9011
Niet gevonden wat je zocht?
Stel hier je vraag aan de redactie.