Zoek op kwaal
Bof
De bof is een kinderziekte die dankzij vaccinatie vrijwel niet meer voorkomt. Als hij voorkomt, is dat meestal bij kinderen tussen het vijfde en dertiende jaar. De ziekte treedt vooral op in de winter- of lentemaanden. Zoals bij veel kinderziekten is het verloop bij oudere kinderen en volwassenen meestal heftiger. Bij kinderen jonger dan twee jaar komt de bof vrijwel niet voor. Een vaccin tegen de bof is opgenomen in de BMR-cocktail die gratis wordt gegeven op het consultatiebureau aan baby's van 14 maanden. Wanneer het kind 9 jaar is krijgt het een tweede vaccinatie tegen BMR
Besmettelijk
De bof is een virusinfectie. Deze komt tot uiting in de speekselklieren. De ziekte is bijzonder besmettelijk en kan worden overgebracht via speeksel (niezen, hoesten, ademen) of door contact met een voorwerp dat door een besmet persoon is aangeraakt. Op school en tijdens het spelen kunnen kinderen elkaar gemakkelijk besmetten. Bovendien is de incubatietijd - de periode tussen besmetting en ziek worden - vrij lang. Over het algemeen is dit zeventien tot achttien dagen, maar het kan zelfs bijna vier weken duren voor het kind ziek wordt. Al die tijd is het kind al wel besmet met het virus en kan dus ook andere kinderen aansteken.
Symptomen
Na het verschijnen van de eerste symptomen duurt de ziekte ongeveer drie weken. De eerste symptomen zijn van algemene aard. De patiënt heeft geen eetlust, slaapt onrustig en is lusteloos en hangerig. Meestal klaagt het kind ook over pijn achter de kaak (in de nek). Daarna komt de koorts, die soms oploopt tot 40°C. Tegelijkertijd ontstaat een pijnlijke zwelling van de speekselklieren onder de kaak of bij het oor. Deze kan aan één kant van het gezicht of aan beide kanten tegelijk voorkomen. De pijn verergert bij het openen van de mond of bij slikken. De klier zwelt snel op, vervormt de oorschelp en duwt het oorlelletje naar boven. Het gezicht is opgezet. De huid over de gezwollen klier is glanzend en gespannen, maar niet rood. De speekselproductie is meestal schaars, maar kan ook overvloedig zijn. De patiënt klaagt over een droge mond en meestal is sprake van een dikke laag beslag op de tong en een vieze ademgeur. Als de klieren in de mondholte ook worden aangetast, kan de zwelling zich tot in de hals uitbreiden. De patiënt zal het hoofd scheef gaan houden om de zwelling meer ruimte te geven. Door de zwelling kan druk op het gehoororgaan ontstaan, waardoor oorsuizingen, gehoorverlies en hevige oorpijn optreden. De zwelling van de speekselklieren verdwijnt meestal rond de tiende dag.
Immuun
Kinderen die eenmaal de bof hebben gehad, zijn meestal de rest van hun leven immuun voor de ziekte. Dit is belangrijk. Jongens die de bof krijgen als zij wat ouder zijn - tijdens of na de puberteit - lopen namelijk het gevaar dat niet alleen de speekselklieren, maar ook de testikels (teelballen) ontstoken raken. Bij meisjes kunnen zich ontstekingen voordoen in de eierstokken. Dit kan leiden tot onvruchtbaarheid. Gelukkig komen deze beide complicaties zelden voor. Maar zowel voor meisjes als voor jongens is het belangrijk dat zij de bof doorgemaakt hebben voor ze volwassen zijn. In de eerste vier maanden van een zwangerschap kan het krijgen van de bof schadelijk zijn voor de vrucht.
Print dit artikel uit